Nieuws
Uitbouw van een lokale veterinaire praktijk in Rwanda
De eerste fase van Proxivet is achter de rug. Na drie jaar startte in januari 2011 de tweede fase, die ook drie jaar duurt. Sarah Van Steenwinkel zit sinds september 2010 in Butare als junior assistent voor Dierenartsen Zonder Grenzen. Zij schetst een beeld van dit project, dat dierenartsen dichter bij de veeboeren brengt.
In 2008 schoot het Project ter promotie van een lokale en private diergeneeskundige dienstverlening in de zuidelijke provincie van Rwanda (Proxivet) uit de startblokken. De eerste fase liep van 2008 tot en met 2010 en werd uitgevoerd door de lokale partnerorganisaties Imbaraga en SDA-IRIBA. Dierenartsen Zonder Grenzen heeft al heel wat expertise opgebouwd met zulke projecten in andere Afrikaanse landen, maar de context in Rwanda was nieuw voor de ngo.
De belangrijkste doelstelling van Proxivet is om de gezondheid van het vee te verbeteren door kleine agro-veehouders en veterinaire technici dichter bij elkaar brengen. De kleine veehouder heeft het namelijk moeilijk om toegang te vinden tot een kwaliteitsvolle, betaalbare en regelmatige veterinaire dienstverlening, terwijl de veterinaire technici moeite hebben om zich als privétechnicus te vestigen.
Veterinaire diensten ver van veehouder
In Rwanda zijn er niet zo veel universitair opgeleide veeartsen. De meesten gaan aan de slag bij de overheid of vestigen zich dicht bij de steden. Rwanda telt echter wel zeer veel veterinaire technici. Zij hebben in hun gespecialiseerde secundaire schoolopleiding de basistechnieken van de diergeneeskunde geleerd. Ook zij vinden de weg naar de overheid, maar er zijn onvoldoende beschikbare plaatsen. Zich als zelfstandige vestigen is een moeilijke stap, in een omgeving waar de veehouders weinig financiële middelen hebben, de overheid je niet ondersteunt en de veterinaire technici geen enkele opleiding inzake management hebben gehad. Het project ging van start in een periode dat er een drastische vermindering plaatsvond in het aantal publieke posten voor veeartsen en technici, zij bereikten dus in onvoldoende mate de kleine veehouder.
Vetoprox: lokale praktijk van veearts en veterinaire technici
Met het oprichten van een lokale en private diergeneeskundige dienstverlening, beoogt Proxivet dit gat te dichten. Bij aanvang opteerde men voor de oprichting van één praktijk - genaamd Vetoprox - voor het hele district Huye, geleid door een universitair opgeleide veearts die instaat voor de coördinatie van 14 veterinaire technici (1 per zone). De coördinator voorziet in het nodige materiaal en medicamenten, die de technici gebruiken in hun veldwerk of verkopen in hun apotheekjes. Iedere veeboer betaalt zelf voor de geleverde diensten. De medicamenten worden op krediet gegeven aan de technici, die op basis van hun inkomsten deze producten terugbetalen en een percentage als salaris behouden. De rol van het project bestaat hier uit financiële en organisatorische ondersteuning, vorming en opvolging.
Naarmate het project vorderde, wijzigde het Rwandese ministerie van Landbouw van koers en werden er meer technici in de publieke sector aangeworven, in het kader van het overheidsproject One Cow for one poor family. Vetoprox getuigde van een goede flexibiliteit en realiseerde zo verschillende aanpassingen aan haar eigen structuur en benaderingen. In de afgelopen drie jaar werden verschillende formules uitgeprobeerd. Een Vetoprox bestaande uit:
1) een coördinator op districtsniveau en zijn technici met een publiek-privaat statuut op sectorniveau (2008);
2) een directeur en twee assistenten op districtsniveau, technici met een privéstatuut op sectorniveau en 'agro-éleveurs relais' (AER) op dorpsniveau (2009-2010);
3) een directeur op districtsniveau, een 'chef de zone' voor elk van de twee zones van het district, de technici per sector als franchisenemers en de AER’s op dorpsniveau (sinds eind 2010).
Voorkomen beter dan genezen
Door de activiteiten van de veearts en zijn netwerk van veterinaire technici passen reeds heel wat veeboeren preventieve behandelingen en technieken toe. Ze beseffen dat voorkomen beter is dan genezen. Dankzij Vetoprox is er nu ook een netwerk ontstaan om aan de nodige curatieve en preventieve behandelingen te geraken.
Dierenarts niet erkend als privéberoep
Vandaag de dag is Vetoprox nog niet in staat om op eigen benen te staan. De specifieke context van Rwanda is dan ook niet gemakkelijk. De regio wordt gekenmerkt door een sterk heuvelachtig landschap en een versnipperde huisvesting. Bovendien heeft iedere agro-veehouder slechts een gering aantal dieren, namelijk twee tot vijf. Dit beperkt het aantal mogelijk interventies per dag en leidt tot hoge prijzen als gevolg van de hoge verplaatsingskosten. Rwanda heeft tot nu toe ook nog geen wetten die het uitoefenen van diergeneeskunde als privéberoep regelt. De overheidsinstanties staan weigerachtig tegenover dit beroep en de verschillende rollen die een publieke en een private veearts kunnen uitoefenen zijn nog niet uitgeklaard. Mede hierdoor werd de praktijk in Huye geconfronteerd met een gebrek aan dynamisme, motivatie en een hoog personeelsverloop.
Tweede fase ook in Nyanza
Ondanks de vele inspanningen is het gebrek aan diergeneeskundige dienstverlening voor de kleine veehouder nog steeds pertinent. Tijdens de tweede fase zal Proxivet zich dan ook blijven inspannen voor de uitbouw van een netwerk van lokale veterinaire centra die dicht bij de kleine veehouder staan. Het project zal zijn werking ook uitbreiden naar het district Nyanza. Op basis van wat men geleerd heeft in Huye, werd de aanpak voor Nyanza bijgeschaafd. Er wordt niet meer geopteerd voor één praktijk met een grote hiërarchische structuur. In plaats daarvan zullen technici en veeartsen die reeds op privébasis actief zijn in de interventiezones van het project, aangesproken worden en individueel ondersteund worden op basis van hun eigen ingebrachte businessplan. Proxivet zal in Nyanza via vergaderingen en vormingen het contact tussen publieke en private technici en veeartsen trachten te bevorderen en hun verschillende functies duidelijker vorm geven.
In het district Huye krijgt Vetoprox nu de ruimte om zijn interventiezones zelf te bepalen en naargelang zijn structuur alsnog aan te passen. De praktijk zal nog steeds ondersteuning krijgen van Dierenartsen Zonder Grenzen door vorming en bewustmaking, maar enkel op uitdrukkelijke vraag van Vetoprox. De toekomst moet uitwijzen of Vetoprox zijn plaats op de markt zal vinden.
Meer informatie over het Juniorprogramma van de Belgische ontwikkelingssamenwerking, dat uitgevoerd wordt door het Belgische ontwikkelingsagentschap BTC: blogcooperation.be