Nieuws
Europees parlementslid Thijs Berman bezoekt Turkana
Van 13 tot 16 mei heeft Europees parlementslid Thijs Berman een bezoek gebracht aan Turkana, een regio in het noorden van Kenia. Hij bezocht er onder andere de projecten van Dierenartsen Zonder Grenzen. Dit op uitnodiging van CELEP, een internationale coalitie van middenveldorganisaties die de belangen van Oost-Afrikaanse pastoralisten verdedigt bij beleidsmakers in Europa en Oost-Afrika.
Met dit veldbezoek willen de leden van CELEP, waaronder Dierenartsen Zonder Grenzen, de aandacht vestigen op de huidige en toekomstige rol van pastoralisten – rondtrekkende veehouders – in droge en semidroge gebieden. Deze gebieden, zoals Turkana, zijn zo dor dat er nauwelijks gewassen groeien. De mensen die er wonen, leven dus voornamelijk van de veeteelt. Hun leven wordt bepaald door de zoektocht naar water en grasland voor hun kuddes. Deze zoektocht wordt echter hoe langer hoe moeilijker door de klimaatverandering, die langdurige en snel op elkaar volgende droogtes met zich meebrengt.
Beleidsmakers in Europa en Oost-Afrika hebben nog te weinig aandacht voor de problemen waarmee pastoralisten geconfronteerd worden, maar ook voor de kansen die dit systeem biedt op het vlak van
voedselzekerheid, economische ontwikkeling en biodiversiteit. Berman, die woordvoerder is voor de sociaal-democratische fractie in de commissie ontwikkelingssamenwerking van het Europees parlement, heeft dankzij zijn bezoek aan Kenia nu een betere kijk op de levensomstandigheden, mogelijkheden en uitdagingen van Afrikaanse veehouders. Hij was in ieder geval onder de indruk. Je kan hieronder een fragment uit zijn dagboek lezen.
"Met een ongehoord harde klap landt de piloot het kleine toestel op de landingsbaan van Lodwar. Welkom in Noord-Kenia.
Van hieruit worden (mijn medewerker) Tessel en ik rondgereden door CELEP, een groepje Europese NGO's dat zich in dit gebied inzet voor de toekomst van de voornaamste bron van bestaan hier, de veehouderij door de herders - men noemt ze ook wel pastoralisten. Zo noemt Govert van Oord ze in elk geval, die met ons meereist; hij vertegenwoordigt deze club NGO's. Dierenartsen Zonder Grenzen is er ook bij, en een aantal lokale boerenorganisaties. Zij geven advies aan de veehouders in deze uitgestrekte regio van honderden kilometers langs de Soedanese en Ugandese grenzen van Kenia. Het is een onafzienbare vlakte met bergen aan de horizon. Gras groeit er nauwelijks, er staan kurkdroge struiken. De rivieren staan bijna allemaal droog. Schokkend, zelfs voor Kenianen in de hoofdstad Nairobi : in de beddingen zie je soms kleine groepjes mensen naar water graven. Kinderen scheppen het water uit de kuilen en dragen het in gele jerrycans op hun hoofd naar de dorpjes, soms kilometers ver. Hier kunnen alleen herders een bestaan vinden, het is te droog voor elke andere vorm van landbouw. De droogtes volgen elkaar door de klimaatverandering steeds sneller op en ook dit jaar laat het regenseizoen al twee maanden op zich wachten. Sommige stukken land zijn al verwoestijnd. Koeien zie je zelden, behalve bij de enkele rivier waar nog water door stroomt. De enige dieren die hier overleven zijn geiten en kamelen.
Vanuit de dorpen trekken de families met hun kuddes door de vlakte, de vrouwen met zware kettingen van kleurige kralen om de hals, de mannen met hun herdersstaf en een eenpotig houten krukje in de hand. Ze bouwen schamele hutten van takken, bladeren en lappen stof, blijven totdat het schaarse groen is kaalgevreten en trekken dan verder met hun kudde. In die periode van rondtrekken met hun kudde kunnen de kinderen niet naar school, dat kan pas als het natte seizoen is aangebroken en ze langer op een plek blijven. Honderden geiten hebben ze soms, maar veel waard zijn ze niet. Bij gebrek aan goede wegen hebben de pastoralisten geen toegang tot de markt van Nairobi en een geit brengt in deze dorpjes niet meer dan vijf euro op."
Lees het volledige dagboek van Thijs Berman op zijn website
Lees het persbericht van CELEP met de observaties en aanbevelingen van Berman na zijn bezoek.